Op mijn rondje door het Ekelenbergbos kwam ik een omgevallen dennenboom tegen, reeds van zijn schors ontdaan, met een prachtig patroon op zijn kale huid van gangen en aan weerszijden daarvan gaten. Van iets wat mooi is, maak ik graag een foto. Maar ik vroeg mij ook nieuwsgierig af wie de kunstenaar geweest kon zijn. De app Obsidentify beweerde dat het hier 100% een Zwamneusje betrof, een heel zeldzaam microvlindertje. Maar toen ik dit thuis op zocht, leek mij het sterk: het Zwamneusje legt eitjes in een (hout)zwam en het rupsje maakt er gangetjes doorheen. Maar het waagt zich niet aan de schors van een boom. Dus ik vroeg Joop om raad. Hij kwam na enig zoeken met de oplossing: de Kleine dennenscheerder!
Deze schorskevertjes ruiken op grote afstand waar er dennenbomen omgehakt, verbrand of omgevallen zijn. Ze gaan er in het voorjaar op af en boren onder de schors een gat naar de laag tussen bast en spinthout. Daar vindt de paring plaats. Het vrouwtje maakt vervolgens twee moedergangen: een gebogen gang naar links en één naar rechts. Het patroon lijkt op die manier op een vogelfiguur: de paringskamer als het vogellijf en de gangen als vogelvleugels. Langs die vleugels worden eitjes gelegd. Als de larven uitkomen, dan graven ze kleinere gangetjes van de moedergang af. De gaatjes rondom zijn de verschillende popkamers, waar de larven, als ze verpopt zijn, als kevertjes tenslotte door naar buiten uitvliegen. Aan dit specifieke graafpatroon kun je de soort determineren.
Dit uitvliegen is midden in de zomer (juli-augustus). De volwassen dieren vliegen naar de top van de dennenboom, waar ze zich in de jonge twijgen naar binnen vreten. De jonge scheuten sterven hierdoor af. De aangevreten bomen zien eruit alsof ze ‘geschoren’ zijn, vandaar de naam van dit kevertje. Ook aan jonge uitgeholde scheuten rondom de stam van een dennenboom kun je de aanwezigheid van dit kevertje opmerken.
Irmgard Ballast

