Steenberger Oosterveld met JeugdgroepVO

door | 25 feb 2026

Het is voorjaarsvakantie, 15°C en de zon schijnt volop. Ditmaal verzamelen we ons doordeweeks bij de ingang van het Steenberger Oosterveld. Van tevoren hadden we gezegd: “We zien wel wat we tegenkomen”, maar al één of twee weken daarvoor hadden Joop en ik een stapeltje gemaakt van de paddenstoelen, die we tegen de bosrand hadden gevonden: vooral veel houtzwammen (takken met elfenbank, paarse dennenzwam, winterhoutzwam). Mette vond nog een kleine mycena, Max vond een tak met groene algen erop (geen paddenstoel) en vooral veel koeienhaar dat aan de bomen was blijven hangen.

We liepen de hei op speurend naar iets bijzonders. Joop wees de jongeren op zandkaalkopjes, op het vogelpootje (een plantje), op holletjes in koeienpoep (gegraaf van mestkevers). Matthijs vond een heel mooi klein oranje paddenstoeltje, waar Joop meteen voor door zijn knieën zakte. Dat zou toch wel héél mooi zijn, als er weer een kristalmosklokje gevonden werd! Oranje paddenstoeltje op de foto met Matthijs, vervolgens in het doosje mee naar huis om onder de microscoop te leggen.

Het tempo lag best laag en het was slechts klein grut waar wij op stuitten. Vandaar dat Amber en Mette wel naar de Schotse Hooglanders wilden, die aan het eind van het heideveld ons allang hadden opgemerkt. We zetten de pas erin en waren al snel dichtbij genoeg om de dieren goed te kunnen fotograferen. We hebben paardenliefhebbers onder ons en vandaar dat er zich een gesprek ontspon over het verschil tussen paarden en koeien. En dan hoor ik opeens de vraag: “Zouden koeien ook kunnen spelen?”

We liepen verder en maakten uiteindelijk nog een afslag naar het bosje, waarin een grote dassenburcht ligt. We zagen geen dassen, zelfs geen pootafdrukken. Max klom in een boom om vandaar uitzicht te hebben. Matthijs probeerde te ontdekken waar de Grote Lijster zat, die hij hoorde. Joop vond een komvormig bot en liet de jongeren raden van welk dier het kon zijn en welk lichaamsdeel het was. Ik vond iets verderop het hele skelet. Dat leek toch verdacht veel op een haas. Het skelet lag onder een flinke koeienvlaai, maar dat was voor Mette en Amber geen belemmering. Kundig schoven zij met takjes de poep opzij en verzamelden de botjes in een plastic zakje. Een volgende bijeenkomst gaan ze hier weer een haas van in elkaar proberen te puzzelen!

Irmgard Ballast