Vroege vogeltocht 04-2012

door | 22 apr 2012

Vroege Vogeltocht

De Boompieper liet tijdens de excursie vlak onder onze ogen de baltsvlucht zien, waarbij hij als een miniparachuutje met trillende vleugels en met opgestoken staartje onder luid dzjie, dzjie, dzjie gefluit weer terugkwam in de top van de boom.

Turend  naar de blauwborst.

22 april 2012 in alle vroegte was het om 6 uur verzamelen bij het Tonckenshuys voor de vroege vogels excursie van de natuurvereniging Zuidwolde. De harde kern was al aanwezig en onder het genot van de uitbundige merel  leerden wij onze eerste les van Joop Verburg: Een groep kraaien zijn roeken en een enkele roek is een kraai. Carpoolend, altijd goed voor het milieu, gingen wij naar de afgesproken parkeerplaats aan de Nieuwe Dijk, waar we nog meer vogelminnende fanatiekelingen troffen. Edwin de Weerd, geen onbekende in vogelland, was onze reisleider en gids, bijgestaan door Joop, maar ook Tineke en Jan droegen hun steentje, waar nodig, bij in deze vogelgeluiden excursie. We waren nog geen 10 meter onderweg of het roodborstje drong zich aan ons op, al poserend voor onze zoekende verrekijkers. Edwin maakte van de gelegenheid gebruik om even kort aan te geven hoe je een kijker hanteert: altijd handig en het kwam me de rest van de excursie goed van pas.

Links en rechts geflankeerd door tjiftjaf en fitis liepen wij de heuvel op achter de parkeerplaats. Joop inspecteerde nog even de oeverzwaluw wand, maar het was nog geen zomer.  Twee hazen bedreven in de verte hun acrobatische toeren. Onderweg waren het niet alleen de vogelgeluiden, maar, hoe kan het ook anders, met Joop in onze gelederen, troffen wij ook vele paddenstoelen, waar we en passant ook even de details van voorgeschoteld kregen. Geelgors en kneu vlogen met ons mee, waarbij de eerste nu eens niet zijn Beethoven riedeltje liet horen, maar wel gemakkelijk met de kijker te traceren was. Aangekomen bij de meanderende waterlossing, met daarin nijl- en grauwe gans zagen we knobbelzwanen overvliegen. Joop was benieuwd naar de fluiter en daarom weken we van de route af, langs de bosrand, de fluiter was ver te zoeken evenals de wielewaal, die, zo werd verteld, nog niet was teruggekeerd in Nederland. Inmiddels was de biotoop rijp voor de boompieper. Eigenaardig hoe dit vogeltje als een parachute daalt naar de top van een boom.

De pingo ruïne, wat het meeuwenveen is, lag links van ons, geen meeuw meer te bekennen, terwijl ik er vroeger rondstruinde en op moest passen om geen nesten met eieren te vertrappen. Joop onthulde het geheim van de verdwenen kokmeeuwen: met het verdwijnen van de open VAM afval berg verdwenen ook de meeuwen uit het meeuwenveen. Geen meeuwen dus, maar wel de blauwborst in gezelschap van rietgors liet deze prachtige vogel  heel vaag in de verte het voor Edwin en Joop bekende deuntje horen. Met de kijker was de vogel uiteindelijk te traceren, hoewel voor mij alleen z’n rugzijde. Verkleumd kwamen we uiteindelijk weer aan op de Nieuwe Dijk, waar de koffie op ons wachtte.

Een beetje opgewarmd trokken we het bosperceel De Wildenberg in op weg naar het spookmeer.

Een concert van vogelgeluiden met daarin vink, koolmees, roodborst en winterkoning begeleidde ons uitbundig. Hoewel…door de kou was de uitbundigheid een stuk minder dan wanneer de temperatuur wat aangenamer was. Ieder nadeel heeft zo z’n voordeel: voor ons amateurs was het herkennen van de diverse vogels iets, maar dan ook iets, eenvoudiger. Het spookmeer lag er verstild bij, wat koppeltjes kuifeenden dobberden rustig op het vlakke water. De dodaars lieten zich af en toe zien en een wintertaling zwom in alle rust, zich niet bewust van onze aanwezigheid, op grote afstand. Een broedende grauwe gans werd door Joop ontdekt op een eilandje in het meer. Onze weg vervolgend door het bos vergezeld door de bescheiden roep van de goudvink en met de sprankelende zang van de zwartkop in het verschiet naderden we de boerderij van voorheen de familie Zantingh. Langs de rand van het bos, waarvan de kenners in ons midden opmerkten, dat daar de meeste vogels zitten, kwamen we op het heideveld van De Wildenberg. De schapen met enkele lammetjes keken ons schaapachtig aan en gingen hun eigen gang. Wij hadden enkel belangstelling voor de roodborsttapuit, die zich inderdaad, na enig zoeken, aan ons liet zien. Ook in deze biotoop weer een overdaad aan boompiepers met de inmiddels bekende parachute capriolen. De boomleeuwerik werd ook gehoord, echter niet door mij. Edwin onderwees ons de gekraagde roodstaart en we hoorden het typische geluid van de zwarte specht, even later zagen we hem in de verte vliegen. Weer bij de bosrand aangekomen kregen we het geluid voorgeschoteld van de grote lijster, de zwarte specht liet zich weer horen met weer een ander typisch geluid en vloog vlak voor ons langs. Heel in de verte scharrelde de grote bonte specht op een boomstam op zoek naar voedsel.

We naderden wederom de Nieuwe Dijk, de excursie zat er bijna op, Joop liet ons nog even de kleine reiger kolonie zien, ze hadden inmiddels jongen, want de lege groene eierschalen lagen in overvloed op de grond. Een reiger steeg in slow motion op van het nest en poseerde zich in de top van een larix alsof het een haantje op de kerk was. Een schitterend sluitstuk van een boeiende en leerzame excursie, wederom zeer succesvol georganiseerd door onze natuurvereniging. Een boomklever scharrelde nog wat op een eikenboom dichtbij ons en de groenling liet zich uitbundig horen, een heel verschil met de zeurende roep van dezelfde vogel enkele maanden geleden in de platanen achter onze woning. De merel was er nog, op de parkeerplaats, en deed ons uitgeleide. Edwin werd bedankt en er werden al plannen gesmeed voor een volgende excursie: wellicht over libellen en misschien wilde bijen. Er is nog volop te genieten, we zien het echter niet altijd.

Dick Hein