Op zoek naar de Kleine wintervlinder
Zaterdag 29 november reed ik van Buningshof terug naar huis. We hadden met een groep middelbare scholieren een mooie middag gehad over vogels. Edwin de Weerd was erbij en wees de jongeren op de verschillende vogels buiten. Er waren nieuwe kijkers dus de jongeren konden alles prachtig bekijken. Het was laat geworden en donker toen ik terugreed en ook al behoorlijk koud. In het licht van de fietslamp zag ik allemaal kleine witte vlindertjes fladderen. Ik ging er van uit dat het Kleine wintervlinders moesten zijn. Bij huis stopte ik bij de dikke eikenboom om te kijken of er ook mannetjes op de stam zaten. Alleen de mannetjes hebben vleugels en die kun je dan als witte driehoekjes op de stam zien. Ze worden aangetrokken door de feromonen (de seksgeur) van de vrouwtjes die vleugelloos zijn. Die kruipen tegen de stam omhoog en zijn door hun schutkleur nauwelijks zichtbaar. Je moet dan zoeken naar een mannetje dat omgekeerd zit met de kop naar beneden. Dan zit je goed, want zo’n mannetje zit vast in een vrouwtje en zo paren ze. Ze zijn overal te vinden, want ze zijn overal. Kijk in deze tijd ’s avonds op een eikenboom in de buurt en geniet er van. Ik maakte een foto en liet ze verder maar gaan. Het vrouwtje klimt verder naar boven en gaat heel veel eitjes leggen op de takken. In het voorjaar komen daar rupsjes uit die van het blad eten. Een deel van de rupsjes wordt verzameld door mezen en andere vogels en aan de jongen gevoerd. Een ander deel laat zich aan een draadje naar beneden zakken om door de wind meegenomen te worden naar een andere boom. Zo verspreiden ook de vleugelloze vrouwtjes zich. Het zit allemaal zo mooi in elkaar. De vlinders die in de winter uit de grond komen; die met wat antivries de koude nacht doorkomen; die juist in die periode weinig van vijanden te duchten hebben….. het is wonderbaarlijk mooi.
Joop Verburg
