NVZ 2011

 

 

 

 

 

 

Home Algemeen Bestuur Contact Lid worden Uitgevoerde activiteiten
Nieuws Agenda Werkgroepen Waarnemingen Archief Linkpagina Sponsoren

 

 

Excursie naar het Vechtdal,


We vertrekken op 3 september 2022 met 11 deelnemers naar het Vechtdal bij Ommen olv Edwin de Weert voor een excursie in dit prachtige gebied. We bezoeken ‘s morgens de stuifzandgebieden. In dit landschapstype stuift zand het bos in waardoor je reliëf en dynamiek krijgt -Edwin legt het verschil uit tussen duw en trekhout- We vinden Atalanta’s en Hoornaars op een omgevallen eik die uit zijn op het lekkende zoete vocht uit zijn stam De boom heeft midden in het stuifzand  het loodje gelegd door wegvallende beschutting. Het zand heeft onder invloed van de wind een golvend patroon, net als in de woestijn en we zien allerlei leuke sporen van insecten die daarover kruipen en kunstwerkjes achterlaten (zandloopkevers, duizendpoten en vele anderen ). Buntgras doet het goed op deze vlakte en op de diep geploegde delen groeit het gras doordat lang bewaard gebleven en nu bovengekomen zaden zich kunnen ontwikkelen. We gaan op aanwijzing van Edwin op zoek naar Grote oorwormen onder boomstronken: we vinden ze, en vangen ze op de gevoelige plaat ondanks hun neiging direct weer in het zand te kruipen. Zeldzaam! (zie het verhaal daarover op onze website). Daarnaast vond Joke het wiegje van de Grijze Ribbelboktor: het wiegje lijkt wel een vogelnestje, we vonden er heel veel op een dode boomstronk. Ook wordt een levende larf en een volgroeide kever gespot. Gelukkig wordt er heel voorzichtig met dit materiaal omgesprongen. (Zie ook het verhaal daarover op onze website) Vervolgens wijst Jan Mager ons op het verschil tussen bruin- en witrot. We drinken een lekker bakkie met stroopwafel en vervolgen onze weg. Na de nodige zinvolle uitspraken over de stikstofcrisis trappen we bijna in een hoopje uitgepoepte Amerikaanse vogelkerszaadjes. Het blijft ongewis wie de producent is, misschien een vogel, een haas of een ree, een boommarter? Geen vos, die heeft meerdere (witte) botdelen in de keutel. Anton laat het nest van de Gele weidemier zien. Mieren die leven in een heuveltje dat ze zelf maken. Ze doen alles ondergronds en komen nooit boven. Een gedeelte van de vechtoever is geplagd, en door de plaatselijke natuurvereniging ingezaaid met oorspronkelijk zaad: Grasklokje, Steenanjer, Grote tijm, Hondsviooltje, Muurpeper en Muizenoor op een kaal stuk zand. Rond het middaguur zoeken we een mooie plek in de schaduw van een eik aan de vecht en lunchen lekker van zelf meegebracht broodjes. Daarna gingen we weer op pad op zoek naar de zeldzame Mierenleeuw, die we uiteindelijk niet gevonden hebben.


Verder hebben we waargenomen om maar een aantal soorten te noemen: Kleine Vuurvlinder, Bont zandoogje, Boomblauwtje,  Icarusblauwtje , Hooibeestje, Dassenburcht , Paardenbijters, Veldleeuweriken, 6 Raven,  Paardenbijters, Noordse glazenmaker, een zeldzame soort! Heggeduizendknoop, Rode schijnspurrie, Groot warkruid, een parasiet op Grote brandnetel en Hop.  Jeneverbes Die is tweehuizig moet door een andere jeneverbes bestoven worden.


Er wordt veel gekapt, in het kader van uitgestrekt landschap waardoor er soms gezonde eiken worden geveld op een mooie plek. We naderen het eind van de tocht, enkelen blijven zich nog even verwonderen over wat dit mooie gebied ons te bieden heeft en kunnen zich niet losrukken, en iedereen kijkt voldaan terug op deze mooie dag. Edwin wordt hartelijk bedankt, zeker voor de inside-information over het mooie gebied en de ontwikkeling waar hij door zijn werk een belangrijke hand in heeft gehad. We spreken af dat we volgend jaar weer met een groep naar dit gebied gaan misschien in een ander seizoen (paddenstoelen? , vogels?). Edwin en de 10 deelnemers vertrekken dik tevreden naar huis.

 

Pien van de Stadt en Tineke Bos