NVZ 2011

 

 

 

 

 

 

Home Algemeen Bestuur Contact Lid worden Uitgevoerde activiteiten
Nieuws Agenda Werkgroepen Waarnemingen Archief Linkpagina Sponsoren

 

 

Vogeldrukte op de voederplaats

Het hele jaar door heb ik veel vogels in mijn tuin. Ook in het najaar en de winter is het meestal een hele drukte. Dat komt met name door de twee voederbuizen die er hangen (vanaf half november tot half april) en die gevuld zijn met zwarte zonnebloempitten. Die zwarte zonnebloempitten vinden de vogels aantrekkelijker, dan de gestreepte zonnebloempitten. Zwarte zonnebloempitten bevatten meer energie; dat hebben vogels snel door. In de buurt van de voederbuizen hangt ook een houder voor twee vetplakken en een houder voor een pot met vogelpindakaas. Het vet bevat gemalen pindameel.

Er komt altijd een hele verscheidenheid aan vogelsoorten op af, maar het meest talrijk zijn de Groenlingen en de Kool- en Pimpelmezen. Daarnaast zijn ook veelvuldig Glanskoppen te zien, maar ook Keep, Vink, de Grote Bonte Specht, de Boomklever en de Roodborst.
Het is mooi om te zien dat elke vogelsoort ook op de voederplaats een heel eigen gedrag vertoont. De Pimpelmezen hebben een duidelijke voorkeur voor het vet, maar pikken ook wel wat van de zonnebloempitten mee. Bij de Koolmezen is dat juist andersom; ze kiezen met name voor de zonnebloempitten, maar eten ook wel van het vet en dat geldt ook voor de Boomklever en voor Glanskoppen. De zwarte zonnebloempitten zijn duidelijk het voorkeursvoedsel voor de Groenlingen en de Kepen. Je ziet ze nooit bij het vet. De Roodborst eet alleen van het vet, evenals de frequent langskomende Grote Bonte Specht (zowel mannetje als vrouwtje). De Vinken zitten vrijwel nooit op de voederbuizen, maar scharrelen met name op de grond hun kostje bij elkaar; ze benutten alles dat uit de voederbuizen is gevallen en worden daarbij ook wel geholpen door de Kepen en Groenlingen.

Koolmezen, Pimpelmezen, Glanskoppen en Boomklevers vliegen met een zwarte zonnebloempit in hun snavel naar een stevige tak in de buurt,. Op die tak kunnen ze de zonnebloempit (geklemd onder één van de pootjes) open hakken om de eetbare kern te kunnen bereiken; door de vorm van hun snavel zijn ze niet in staat om de schil van de zonnebloempit ‘bijtend’ te kunnen kraken. Maar de snavel van Groenlingen en Kepen is zo sterk uitgevoerd, dat ze op de voederbuis kunnen blijven zitten, terwijl ze de eetbare kern van de zonnebloempit uit de schil bijten. De Mezen en de Boomklevers verbruiken dus heel wat meer energie dan de Groenlingen en Kepen, om de zonnebloempitten te openen.

Een aantal malen per dag komt een Sperwermannetje langs, om te zien of er een onoplettende vogel te grazen genomen kan worden. Doordat de zangvogels met zovelen zijn, hebben ze meestal op tijd door dat de Sperwer in aantocht is. Door de ligging van de voerplaats kan de Sperwer maar van één kant zijn overrompelingsaanval uitvoeren. Meestal zijn de vogels tijdig gevlogen en blijft hij nog maar even teleurgesteld (stel ik me zo voor) op het knotboompje met de voederbuizen zitten. Maar hij duikt ook wel vanaf die zitplek de struiken in en gaat dan heel gericht en heel behendig achter een vogel aan, dwars door de dichte struiken. Hooguit één op de tien vangpogingen heeft succes.

Het is heel fijn om dat allemaal vanaf een paar meter afstand te kunnen bekijken, onder het genot van een kop koffie.

Philip de Brabander

 

 

 

Glanskop, Pimpelmees

 

 

Keep, Groenling

 

 

Glanskop

 

 

Glanskop, Pimpelmees

 

 

Click hier om video te starten

 

 

Boomklever, Groenling

 

 

Sperwer met prooi

 

 

 

<Terug naar Overzicht waarnemingen>